Arno

Als kind speelde Arno met Barbie’s en maakte daar kleertjes voor. Toen kon hij nog niet weten dat hij later een atelier zou opzetten voor het maken van gelegenheids- en danskleding. Dat atelier heeft te maken met zijn passie voor dansen en zijn personage Shania, de dragqueen.

shania
incl Quote

Barbies vonden ze maar raar

Arno groeide op in een gezin met vier zonen. Naast zijn broer -ze zijn een twee-eiige tweeling- zijn er nog twee oudere broers. Totaal verschillend van karakter en interesses. “Ik was niet stoer, hield niet van ruzies, korfbal kon me niets schelen,” blikt hij terug. “Dat ik ooit een keer een Barbie als cadeau wilde, dat vonden ze maar raar.” Maar er was ook een neefje die dat leuk vond, dus werd het geaccepteerd. “Mijn moeder stimuleerde mijn creativiteit, ik kreeg alle ruimte voor creatieve hobby’s. Uiteindelijk maakte ik ook kleding voor mijzelf.”

 

Al jong begreep ik dat ik anders was

Arno woonde hartje Kampen en aan het andere einde van de straat woonden zijn oom en lievelingstante. “Al jong begreep ik dat ik anders was dan mijn broers en andere jongens. Maar wat? Onze buurman was ook anders. Ik vond hem een vieze man: crimineel en hij liet jongens voor zich werken.... Daarvan begreep ik, zo jong als ik was, dat dit niet pluis was. Maar mijn homoseksualiteit was mij nog niet bekend. Ik werd gepest, eerst door m’n tweelingbroertje en bij de korfbal en later op de LTS. Dat heeft een blijvend litteken veroorzaakt. Mijn ouders hebben mij altijd in bescherming genomen. Mijn moeder vaak als mijn broers mij pestten.“

Ik voelde me altijd een buitenbeentje

Arno vindt de LTS achteraf “een totaal verkeerde keuze.” Toch maakte hij de opleiding Brood en Banket af. Zelfs nog de MBO-opleiding Banket. “Het was een harde wereld,” constateert hij. “Altijd het pispaaltje. Ik kwam in een soort over- levingsmodus. Steun van de leraren? Integendeel. Wel had ik oog voor die stoere jongens, vooral als zij groot, breed en blond waren.” Zijn uitlaatklep was dansen. Als veertienjarige ging hij op dansles. “Een wereld ging voor mij open en ik was er gewoon heel goed in.” Alle stijlen/passen en diploma’s haalde hij moeiteloos. Hij kon echter niet aan wedstrijddansen meedoen. Ze waren Nederlands Hervormd en de trainingen en wedstrijden waren op zondag. “Dus dat mocht niet,” zegt hij spijtig. “Met de Kerk heb ik niets meer. Laat iedereen toch zijn eigen wijze van geloof beleven. En religie splijt meer dan dat het verbindt. Het zijn de mensen die regels hanteren.” Hij noemt een voorbeeld: “Via mijn lievelingstante kwam ik in de kerk van de Baptisten, samen met mijn vriend. Dat was indertijd geen probleem.”

 

Arno kind
dansen

Zoekend naar een baan,welke toekomst past bij Arno

Na de MBO werkte Arno een tijd bij een broodbakker. “Daar werd ik niet gelukkig van.” Hij kreeg de kans om via het leerlingenstelsel een andere opleiding te volgen: De Groene Welle in Zwolle, Bloemsierkunst. “Alsof ik van de hel in de hemel kwam. Ik was hier goed in en heb daar een prima opleiding gehad.” Na de opleiding kreeg hij werk bij de Boeketterie. “Bloemstukken maken is nog steeds een hobby van me,” glimlacht Arno. “En als iemand jarig is of als er iets gevierd moet worden geef ik zo’n eigengemaakt boeket.”

Dansen, niet alleen maar voor een avondje

“Vanaf mijn 21e heb ik mij uitgeleefd. COC, clubs, kroegen, contacten met aardig wat vriendjes. Ik ben nu eenmaal een nachtvlinder.” Arno lacht. “Daar voel ik me gezien en gehoord. Daar heb ik de mensen leren kennen die mijn vrienden zijn geworden. Daar kan ik terecht en ze betekenen meer voor me dan familie. Het dansen bleef altijd een passie. Ik bezocht al lang geleden de COC-stijldansmiddagen en dan is het ook fijn als je een vaste partner hebt. Via het stijldansen heb ik Cor leren kennen op een danswedstrijd voor samesex-paren in Utrecht in 2004.”

Op een kast staan veel bekers. En dan vertelt Arno: “Cor en ik zijn samen gaan trainen voor Stijldanswedstrijden. In de categorie samesex-paren. En in de Hoofdklasse.” Dat was topsport, minstens vier keer per week trainen, en ze heb- ben aan heel veel wedstrijden meegedaan. Niet alleen regionaal, ook landelijk en, zoals in Rotter- dam, Europees en Internationaal. Ze veroverden heel wat titels! “Heel mooi om te doen en het geeft zoveel voldoening. Toch zijn we er mee gestopt.” Grinnekend: “Omdat er niets hogers meer te winnen viel.” Maar hij vertelt meteen de andere serieuze reden: “Toen ik in de Boeketterie werkte kreeg ik een chronische slijmbeursontsteking in mijn linkerschouder. Zo erg dat ik in de bijstand kwam. Ook andere reumatische klachten beperkten me toen in het dagelijkse leven.

Naast m’n eigen atelier en dragqueen zijn, geven Cor en ik samen stijldanslessen. Voorheen via onze eigen dansclub UNIque Dance, maar tegenwoordig bij DIFF Dance Centre. Wat nog wel mogelijk is, is dansles geven. De eigenaresse, Ria van Diffelen, heeft ons daar alweer 10 jaar geleden voor gevraagd.”

Je bent niet elkaars eigendom

“Cor en ik hebben elkaar leren kennen bij het dansen. Deze gezamenlijke hobby, passie, is omgezet in een relatie, die al vijftien en een half jaar duurt. We zijn niet getrouwd en dat hoeft ook niet. We hebben een contract, nou ja een koopcontract,” zegt Arno lachend. Dat gaat over de woning waarover ze afspraken hebben vastgelegd. Ze zijn partners voor het leven, maar ook verschillend en ze hebben hun eigen vrijheid. “Hij heeft een goede baan,” benoemt Arno een verschil. “En ik heb mijn atelier voor gelegenheids- en danskleding. Mijn huidige ervaring in het ontwerpen en naaien van kleding stamt uit de tijd dat ik voor mijn Barbie’s met de hand kleertjes zat te naaien. Wat ik nu doe is natuurlijk professioneler.

We zijn een koppel dat veel samen doet, maar ook de ander ruimte geeft voor andere interesses. Je bent niet elkaars eigendom. Zo mag ik graag ’s avonds uitgaan en me uitleven in de clubs en bij feestjes. Daar heeft Cor niet zoveel mee”

 

Bank

Shania maakt mij sterker en zelfbewuster

“Het begon als een soort grap,” vertelt Arno. Bij de COC-swingavonden was er een soort verkleedpartij en optredens. Daar kreeg Arno veel positieve aandacht. “Dat is leuk en zet je aan tot overdrijven. Want dat is het wel,” legt hij uit. “Je bent een soort ‘toneelstukje’, waarbij je vrouwelijkheid overdrijft op een positieve en grappige manier. Het geeft, door jouw manier van acteren, ook de kans om een fantasievrouw neer te zetten. De grap groeide uit tot een rol als dragqueen. In Zwolle zijn niet veel dragqueens. Toen ik begon waren we met z’n drieën. Een tijd je was ik de enige en dan is er niets aan om op te treden. Nu heb ik gelukkig weer een maatje. We noemen ons The Showqueens Diva Shania & Noa Valentina. De kleding maak ik zelf en daarin laat ik mijn fantasie de vrije loop. Die kostuums zijn ook een verschijningsvorm van Arno. De make-up daarbij is heel belangrijk. Na verschillende misbaksels kreeg ik toch een eigen Shaniagezicht. Op zo’n moment ben ik heel serieus. Achter die façade ben ik Arno, maar dan wel iemand die vol- ledig zichzelf is. Het geeft je een vrijheid die je in je vroegere leven altijd gemist hebt. Shania heeft mij geholpen de Arno te worden die ik nu ben en durf te zijn in het dagelijkse leven. Zij maakt mij sterker en zelfbewuster.”

Peinzend voegt Arno toe: “Als ik Shania ben merk ik dat ik een soort vertrouwenspersoon ben. Wat vaak met een loze opmerking begint, eindigt dat iemand mij vertelt over verdriet of teleurstelling. Of een ervaring waar men geen raad mee weet. Als Shania geef ik dan antwoord en kennelijk geeft dat troost, lucht op of geeft moed. Dat vind ik een van de mooiste ervaringen met mijn dragqueen zijn.”

Een dikke negen voor het leven

“Cor en ik hebben geen gezin. We hebben elkaar, als een echt- paar. En zorgen dus voor elkaar. Zeker ook door mijn licha- melijke klachten weten we wat afhankelijkheid is. Ik heb mijn klachten geaccepteerd en samen maken we er wat van. In een gezin zijn er kinderen. Wij hebben wel neven en nichtjes, maar daarvan kan en wil je niet afhankelijk zijn. Jaren geleden gaf ik mijn leven een zesje, nu is dat een dikke negen!

brugwachtershuisje