Ko

Hij draagt een bontgekleurde sjaal, drie kralenkettingen om zijn hals, vijf ringen aan zijn handen en om zijn polsen vier armbanden. “Versieren is een behoefte” lacht hij. “Altijd al gehad”.

Ko nu
Passie

Ik hield ook van het geruite schort van mijn oma

Ko was nog maar een hummeltje van drie jaar, toen het zijn familie al opviel dat hij zo’n hang had naar mooie dingen. Hij is nu 61 jaar, maar die behoefte is altijd gebleven: “Ik was gek op de glimmende sieraden van een buurvrouw, en ik wilde steeds over de zijden jurk van mijn oudste zus strijken. Maar ook hield ik van het geruite schort van mijn oma, dat ze mij voorbond als we pannenkoeken gingen bakken. Dan voelde ik mij een kok. En ik droeg een ringetje met een lieveheersbeestje aan mijn vinger. Daar was ik dol op. Ik speelde ook graag met poppen, die kleedde ik aan met allemaal mooie kleertjes en dan deed ik alsof ik theevisite hield. Een keer lag ik in het ziekenhuis en toen kreeg ik van een tante een beer. Ik zal je vertellen dat ik hem nog steeds heb! Hij ligt zowat uit elkaar, maar ik zal hem nooit wegdoen. Ik ben echt aan die beer gehecht”.

Een vreemde jongen

Ko komt uit een groot gezin, er waren 8 kinderen. Hij vertelt verder: “Als jong kind al had ik er een grote hekel aan om vlekken op mijn kleren te krijgen, ik was heel netjes op alles. En ik had oog voor mooie dingen. Ik droeg graag sjaaltjes en vond het leuk om nagellak op te doen. Ik keek graag naar het blinkend gepoetste koper, dat op de kast van mijn ouders stond. Prachtig vond ik dat. Evenals die donkerrode granaten in de ring van mijn moeder”. Ko kan er nu nog steeds met groot enthousiasme over praten, maar destijds werd het in zijn omgeving wel eigenaardig gevonden. Toen hij wat groter werd merkte hij zelf ook dat mensen hem ‘een vreemde jongen’ vonden. “Dat begreep ik niet, want voor mij was het normaal. Ik ben gewoon een man van versieringen”. Hij draagt een bontgekleurde sjaal, daaronder meerdere kralenkettinkjes, aan zijn handen wel vijf ringen, aan zijn polsen vier armbanden. Zelfs het oranje hoedje dat aan de muur hangt heeft hij versierd met een mooie sjaal en er kleurige figuurtjes op aangebracht. “Dat móet ik doen” zo verklaart hij. “Dat heb ik gewoon nodig”.

Ik heb altijd contact gehouden met mijn ouders

Maar er moest natuurlijk wel geld verdiend worden, want hoe zou er brood op de plank kunnen komen door het strelen van glanzende stofjes? Ko vervolgt: “Het liefste wilde ik een kunstopleiding doen, maar daar was mijn vader tegen: ‘Daar valt geen droog brood mee te verdienen’ was zijn commentaar. Dus ging Ko naar de LTS in Zwolle, hij deed er brood en banket. “Ik wilde wel kok worden, maar de praktijk viel mij tegen. Door een beroepskeuzetest kwam ik terecht op de MEAO, ook in Zwolle. In de avonduren deed ik schoonmaakwerk om de reis naar mijn ouderlijk huis in Dronten te kunnen betalen, want ik heb altijd contact gehouden met mijn ouders”.

Dat staat niet in de bijbel

Hij viel op jongens, maar dat wist hij niet. “Ik heb nog wel serieus werk gemaakt van meisjes, maar ik wist niet hoe ik dat moest aanpakken. Dan gaf ik ze maar cadeautjes”. En daar bleef het dan bij. Dat hij misschien interesse voor jongens zou kunnen hebben? Het kwam niet in hem op. “Ik had nog nooit van homo’s gehoord”. Met 20 jaar begon hij ringen te dragen. “Zilveren, want goud was te duur”. En op zijn 23ste kwam hij dan uit de kast. “Ik vertelde mijn ouders dat ik homo was. Hun reactie was: ‘Dat staat niet in de bijbel!‘. En dat was alles, daarmee was de discussie gesloten”. Ko heeft daar last van: “Er kon niet over gepraat worden, dat heeft mij veel pijn gedaan. Het voelde alsof ze mij niet accepteerden. En misschien was dat ook wel zo. Pas jaren later, op het eind van haar leven, kon mijn moeder tegen mij zeggen: ‘Ik hoop dat je nog eens een goede vriend zult krijgen’. Dat heeft mij toen wel goed gedaan. Dat ze mij op het laatst toch nog leek te begrijpen”.

Ik voel me daar geborgen

“Het geloof betekent veel voor mij. Maar niet het Hervormde geloof van mijn ouders”. Ko is katholiek geworden. Toen hij 40 jaar was. “Ik voelde me meer geaccepteerd in de katholieke kerk. Het was geen bezwaar dat ik homo ben. Ik zou zelfs zo in die kerk kunnen trouwen met een man. Dat was in de hervormde kerk wel anders. Daar werd ik altijd met een scheef oog bekeken. Er werd ook over mij gepraat, en niet op een leuke manier”. Hij heeft in zijn huis ook een eigen altaartje gemaakt. Er staat een goudkleurig kruis, een Mariabeeld, er zijn vaasjes met gedroogde rozen en een beeldje van twee gevouwen handen. “Ik hou ook zo van de kerk, van het gebouw. Dat is zo mooi, met alle beelden en schilderijen. Ik voel me daar geborgen. Ik dacht: eindelijk ben ik waar ik wezen wil, het is klaar, ik volg vanaf nu mijn eigen weg”.

Kind
Ko

Ze stralen je tegemoet

“Mijn grootste hobby is schilderen” vertelt hij trots. Hij werkt met acrylverf op doek en hij heeft al een hele voorraad gemaakt, want binnenkort wordt er een expositie van zijn werk gehouden. Zijn schilderijen stralen je tegemoet: rode en roze harten, bloemen, Mariafiguren en bovenal veel kleur. “Ik kan veel van mijzelf kwijt in het schilderen. Soms maak ik voor een speciale gelegenheid een toepasselijk schilderij. Een stevig gewortelde boom, een stamboom, ter gelegenheid van de verjaardag van een vriend”.

Als de liefde komt dan komt het

”Ik heb de liefde gekend, maar heb nooit de juiste man gevonden”. Ko had altijd kortdurende relaties. Hij heeft ook nooit met iemand samengewoond. “Nu ik erover nadenk: misschien had ik het alleen-zijn teveel nodig. Kon daar niet meer iemand anders bij. Nu ik ouder ben ga ik niet meer op zoek, als de liefde komt dan komt het. We gaan het zien”. En dat ouder worden, ziet hij daar tegen op? Ko is gedecideerd: “Absoluut niet, ik sta er niet eens bij stil. Ouder worden doen we allemaal, het belangrijkste is dat je gezond blijft”.

Nu

Eindelijk ben ik waar ik wezen wil