Ik had de mensen nodig om weer zin te krijgen

Voor gepensioneerden die van dansen houden

Vorig jaar bestond de groep 40 jaar. Het etentje hebben ze vorige week ingehaald. “Ja, zo’n feest moet je toch niet voorbij laten gaan,” vindt Tiny. “En wat was het gezellig!” Ze was er niet bij, bij de oprichting in 1981. Een paar jaar later sloot ze aan. “Ik hou van dansen en van muziek. Daar ben ik mee grootgebracht.” In die tijd groeide de groep tot maximaal 48 deelnemers. “Dat was wel heel veel hoor,” herinnert ze zich. Er zijn nu bijna 20 leden. Ze kan het wel verklaren. “De tijd is wel veranderd. Een groep zoals wij was toen aantrekkelijk voor veertigplussers. Maar die zijn denk ik tegenwoordig drukker dan toen, met twee banen, gezin en zorg voor hun ouders. Wij zijn nu vooral voor gepensioneerden die van dansen houden.”

 

We doen het rustig nog een keer

 “Ik kom vooral voor het dansen. Dat is echt mijn passie.” Tiny zegt het overtuigend. Maar ondertussen vertelt ze vooral over de betrokkenheid van de groep: “We zijn allemaal gelijk en we helpen elkaar. Als iemand iets meemaakt of ziek is, dan sturen we een kaart of een bloemetje.” En als het dansen niet meer wil, dan blijft de groep. “Sommigen dansen door tot bijna negentig. Maar als het ophoudt, betekent dat niet dat het contact stopt. Met sommigen hou ik contact. Dan belt iemand weer op om te horen hoe het is met de groep. Of iemand die even om een praatje verlegen is.” En als er mensen nieuw bij komen, dan is er ruimte. “Om te proberen, om rustig te wennen. En als het niet meteen lukt, doen we het rustig nog een keer.”

 

Morgen weer een nieuwe dag

In de coronajaren heeft Tiny wel eens gedacht dat dit het einde zou zijn voor de groep. “Maar nee hoor. De mensen komen weer terug.” En eigenlijk heeft ze zelf ervaren hoe belangrijk die groep is. “Je moet het zelf doen in het leven,” vindt ze. “En als het vandaag niet gaat, dan is er morgen weer een nieuwe dag. Je leert van je fouten. Want van vallen leer je ook opstaan.” Ze vertelt over het grote gezin waarin ze opgroeide: “We zijn gewend om dingen voor elkaar te doen. Om te geven. En ik heb geleerd dat je het altijd terug krijgt.” En nu was het tijd voor haar om terug te krijgen van de dansgroep: “Ik had de mensen nodig om weer zin te krijgen. En nu is het weer zo fijn.”